ECLI:NL:PHR:2008:BC5823
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt faillietverklaring ondanks verweer misbruik van recht en redelijk belang
De zaak betreft een cassatieberoep van de Nederlandse Federatieve Vereniging voor de Groothandel op Elektrotechnisch Gebied (FEG) tegen het arrest van het hof Den Haag dat FEG in staat van faillissement heeft verklaard op verzoek van CEF City Electrical Factors B.V. (CEF).
CEF had het faillissement van FEG aangevraagd wegens het niet betalen van een boete en proceskostenveroordelingen die voortvloeiden uit een Europese kartelprocedure. FEG voerde verweer met onder meer het ontbreken van pluraliteit van schuldeisers, het ontbreken van een redelijk belang bij de faillissementsaanvraag en het betoog van misbruik van recht door CEF.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat summierlijk is gebleken dat FEG is opgehouden te betalen niet kan worden getoetst in cassatie en dat het hof voldoende heeft gemotiveerd waarom het tot dat oordeel is gekomen. Ook het oordeel dat CEF een redelijk belang heeft bij de faillissementsaanvraag wordt bevestigd, waarbij het belang bestaat uit het beëindigen van langdurige procedures en het verhalen van proceskosten. Het hof heeft voorts terecht geoordeeld dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid door CEF, aangezien het faillissement ook na uitspreking geen positief gevolg voor CEF zal hebben, maar het belang bij het beëindigen van procedures dit rechtvaardigt.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van FEG wordt verworpen en het faillissement van FEG wordt bevestigd.