Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
ex nuncbeoordeling tot het oordeel gekomen dat de aanvulling van de grondslag van het verzoek niet in strijd is met de eisen van de goede procesorde, dat de gemeente een redelijk belang heeft bij het verzoek en dat de opgeworpen vraag bij deze stand van zaken niet langer relevant is. Er is daarnaast geen sprake van een onaanvaardbare doorkruising van het bestuursrecht of van misbruik van bevoegdheid door het indienen van het faillissementsverzoek door de gemeente. Het hof is tot bekrachtiging van de faillietverklaring gekomen. In cassatie worden klachten aangevoerd over de reikwijdte van artikel 611e Rv, de
ex nuncbeoordeling, en het oordeel over misbruik van omstandigheden en doorkruising van het publiekrecht, die m.i. geen van allen tot cassatie kunnen leiden.
ex nuncmoet worden beoordeeld, moet daarom instemmend worden beantwoord. Het hof is bij die stand van zaken niet toegekomen aan de beantwoording van de vraag of bestuursrechtelijke dwangsommen binnen de reikwijdte van artikel 611e Rv vallen (rov. 2.1-2.7). Verder heeft het hof geoordeeld dat het verweer van de vof, [eiser 2] en [eiser 3] niet opgaat dat de gemeente misbruik van haar bevoegdheid maakt met haar faillissementsverzoek, althans dat de gemeente daarmee het publiekrecht op een onaanvaardbare wijze doorkruist (rov. 2.8-2.10). Het hof heeft geoordeeld dat het faillissementsverzoek aan de vereisten voldoet en heeft de faillietverklaring in stand gehouden (rov. 2.11-2.13).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Klacht 1gaat over de vraag of bestuursrechtelijke dwangsommen vallen onder de reikwijdte van artikel 611e Rv.
Klacht 2is gericht op de
ex nuncbeoordeling en het oordeel over misbruik van bevoegdheid en doorkruising van het publiekrecht.
Is artikel 611e Rv van toepassing?
subonderdelen 1 en 2wordt geklaagd dat het hof in strijd met een arrest van de Hoge Raad uit 1996 [2] en de bedoeling van de wetgever [3] mogelijk heeft geacht dat een schuldeiser met een vordering die uitsluitend bestaat uit verbeurde dwangsommen wel een redelijk belang heeft bij een faillissementsverzoek van zijn schuldenaar. [4] Het hof had om deze redenen het vonnis zonder meer kunnen en moeten vernietigen en in hoger beroep, opnieuw rechtdoende, de gemeente niet-ontvankelijk moeten verklaren, dan wel het faillissementsverzoek kunnen en moeten afwijzen.
ex nunc. Subonderdelen 4 en 5 zijn gericht tegen rov. 2.8-2.10 waarin het hof heeft geoordeeld dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid of een onaanvaardbare doorkruising van het publiekrecht.
Beoordeling ex nunc
ex nuncbeoordelen. Dat betekent dat het hof zijn beslissing moet baseren op de toestand op het moment van de uitspraak (dit arrest). Datzelfde geldt voor de vraag of is voldaan aan het vereiste dat de aanvrager van het faillissement een vordering heeft op de schuldenaar en een redelijk belang heeft bij zijn faillissementsverzoek.
ex nuncbeoordeling van het faillissementsverzoek die vorderingen alsnog zal meenemen. Het kostenverhaalbesluit van 1 maart 2023 was op de datum van het faillissementsverzoek (18 april 2023) weliswaar bekend, maar ten tijde van dat verzoek liep er nog een procedure bij de voorzieningenrechter over de schorsing van dat besluit. De uitspraak van de voorzieningenrechter (waarin het besluit niet is geschorst) dateert van na het indienen van het faillissementsverzoek. Bovendien is het tweede (inmiddels geschorste) besluit van na de datum van het faillissementsverzoek. De vof, [eiser 2] en [eiser 3] waren ook bekend met deze kostenverhaalbesluiten. In haar besluit tot het opleggen van de last onder bestuursdwang, dat ook bij het verzoekschrift tot faillietverklaring van de gemeente was gevoegd, heeft de gemeente hen erop gewezen dat kosten die de gemeente moet maken voor het beëindigen van de overtredingen op de vof verhaald worden. Tussen partijen is niet in geschil dat de door de gemeente uitgevoerde bestuursdwang in de procedure bij de rechtbank en op de zitting bij het hof ter sprake is gekomen. Dat de gemeente die vorderingen uit de kostenverhaalbesluiten nu uitdrukkelijk mede aan haar verzoek ten grondslag legt, is bovendien het gevolg van de vraag van het hof in het tussenarrest van 6 december 2023 over artikel 611e Rv en (in dat licht) het belang van de gemeente bij haar faillissementsverzoek. Vanwege deze omstandigheden en omdat de behandeling van het faillissementsverzoek voor een lange tijd geschorst was door het WSNP-verzoek van [eiser 2] en [eiser 3] , is het niet in strijd met de goede procesorde dat de gemeente de vorderingen uit haar kostenverhaalbesluiten van 1 maart 2023 en 26 mei 2023 pas nu heeft overgelegd en mede aan haar faillissementsverzoek ten grondslag heeft gelegd.
onder 2.1-2.10besproken of het hof al dan niet een wetenschappelijke bijdrage heeft gelezen over de toepasselijkheid van artikel 611e Rv in het geval van bestuursrechtelijke dwangsommen. Ik merk hierover op dat - zoals eisers ook zelf opmerken onder 2.10 - het in cassatie niet van belang is of het hof kennis heeft genomen van een bepaalde bijdrage, maar dat het er uiteindelijk om gaat of het hof blijk heeft gegeven van een juiste rechtsopvatting en daarbij kan de bedoeling van de wetgever een rol spelen. Er is echter gelet op het voorgaande geen belang bij deze uiteenzetting over artikel 611e Rv nu het hof daarover niet heeft beslist. Subonderdeel 1 faalt.
ex nuncte toetsen in deze zaak op de door het hof te beantwoorden vraag ziet of de gemeente alsnog een redelijk belang heeft verkregen. De gemeente heeft ten onrechte toegestaan om de grondslag van haar faillissementsverzoek aan te vullen en heeft ten onrechte op basis van die aanvulling recht gedaan. In samenhang gelezen met
punt 2.11-2.21van de toelichting lees ik deze klachten aldus dat het hof ten onrechte de twee-conclusieregel niet heeft toegepast en dat het heeft miskend dat gemeente de grondslag van het faillissementsverzoek bij akte van 15 december 2023, en dus na de zitting van 4 december 2023, te laat heeft aangevuld. Er doet zich geen uitzondering voor op de in beginsel strakke regel.
ex nuncbeoordeling van het redelijk belang, geldt het volgende. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan een faillissementsaanvraag worden afgewezen indien de aanvrager bij de faillietverklaring geen redelijk belang heeft. [8] Het stellen van het vereiste van redelijk belang vindt haar grondslag in de in artikel 3:303 BW Pro neergelegde regel dat niemand een rechtsvordering toekomt zonder voldoende belang. [9] Het vereiste van een redelijk belang aan de zijde van de aanvrager is geen materieel vereiste op grond van de Faillissementswet dat de aanvrager moet stellen en bewijzen alvorens de rechter kan overgaan tot faillietverklaring. Het vereiste van redelijk belang is een procesrechtelijk verweer dat de aanvrager kan worden tegengeworpen door de schuldenaar. [10] Het wordt gezien als een zaak van openbare orde dat faillissementen niet lichtvaardig en zonder noodzaak worden uitgesproken. [11]
ex nuncwordt getoetst. Uit de rechtspraak waarnaar eisers verwijzen [14] , waarin is geoordeeld dat een
ex nunctoets plaatsvindt bij beantwoording van de vraag of de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, kan niet
a contrarioworden afgeleid dat het vereiste van redelijk belang niet
ex nuncmoet worden getoetst.
ex nuncbeoordeling van het faillissementsverzoek de andere vorderingen uit kostenverhaalsbesluiten alsnog zal meenemen. Het heeft daartoe overwogen dat het niet in strijd is met de goede procesorde dat de gemeente die vorderingen pas nu heeft overgelegd en mede aan haar faillissementsverzoek ten grondslag heeft gelegd.
FCI/ […]waarin is geoordeeld dat met een nieuw door de appellant aangedragen feit in het principaal appel geen rekening mocht worden gehouden omdat er sprake was van een nieuwe grief in de daaraan door de Hoge Raad gehechte betekenis van gronden die tot vernietiging van de bestreden beschikking strekken. In het incidenteel appel had het hof daarentegen dit alsnog aangevoerde feit dat tevens een nieuw verweer was, wel in zijn beoordeling moeten betrekken. [17] Anders dan eisers betogen, heeft het hof de aanvulling van de grondslag dus terecht beoordeeld aan de hand van de eisen van de goede procesorde.
Subonderdeel 5voegt daaraan toe dat het hof bij de beoordeling van het beroep op misbruik van bevoegdheid en een onaanvaardbare doorkruising van het bestuursrecht heeft miskend dat het open systeem dat de wetgever de gemeente als bestuursorgaan heeft verstrekt, enerzijds de gemeente de mogelijkheid biedt te kiezen voor invordering ex titel 4:4 Awb dan wel gebruikmaking van de bevoegdheden die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft, waaronder het doen van een faillissementsverzoek, en anderzijds met zich brengt dat de keuze voor bestuursrechtelijke invordering inhoudt dat pas nadat definitief is beslist op de bestuursrechtelijke rechtsmiddelen waarvan eisers gebruik hebben gemaakt, de gemeente gebruik kan maken van haar privaatrechtelijke schuldeisersbevoegdheden.