ECLI:NL:PHR:2008:BC5990
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van oplegging voorwaardelijke gevangenisstraf na eerdere ISD-maatregel
In deze zaak stond de vraag centraal of artikel 63 van Pro het oude Wetboek van Strafrecht (Sr) toepassing vindt bij de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf nadat aan verdachte eerder een ISD-maatregel was opgelegd. De bewezenverklaarde feiten waren gepleegd vóór de eerdere ISD-maatregel. De verdediging stelde dat de strafrechter geen gevangenisstraf meer had mogen opleggen vanwege de onverenigbaarheid met de ISD-maatregel.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 63 Sr Pro niet van toepassing is op situaties waarin een maatregel, zoals de ISD-maatregel, voorafgaat aan een strafoplegging. De wetgever heeft bewust gekozen om de ISD-maatregel niet te combineren met straffen. De Hoge Raad benadrukte dat de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf in dit geval passend en geboden was, mede omdat het een stok achter de deur kan zijn na het volbrengen van de ISD-maatregel.
De conclusie bevat tevens een beleidsmatige aanbeveling dat bij het vorderen en opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rekening gehouden moet worden met een eerder opgelegde ISD-maatregel, vooral wanneer de tenuitvoerlegging daarvan nog niet is afgerond. In deze zaak faalt het cassatiemiddel en wordt het bestreden arrest bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf na een eerdere ISD-maatregel.