ECLI:NL:PHR:2008:BC8102
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over executiegeschil teruggeleiding kind naar Spanje bij internationale kinderontvoering
Deze zaak betreft een executiegeschil over de teruggeleiding van een kind naar Spanje op grond van het Haags Verdrag inzake internationale kinderontvoering. De moeder had het kind in strijd met een Spaanse rechterlijke beschikking naar Nederland gebracht. Nederlandse rechterlijke instanties hadden de terugkeer van het kind naar Spanje bevolen, maar de moeder en grootouders frustreerden de tenuitvoerlegging.
De voorzieningenrechter schortte aanvankelijk de teruggeleiding op vanwege de worteling van het kind in Nederland, maar het hof vernietigde deze schorsing en wees het beroep af. De moeder en grootouders gingen in cassatie tegen dit arrest.
De Hoge Raad stelt dat de executierechter slechts kan ingrijpen bij misbruik van bevoegdheid, zoals een juridische of feitelijke misslag of een noodtoestand die na de uitspraak is ontstaan. Worteling van het kind in Nederland, veroorzaakt door de frustratie van de teruggeleiding door de moeder en grootouders, vormt in beginsel geen noodtoestand die de executie belemmert.
De Hoge Raad wijst ook op internationale jurisprudentie en het belang van het kind, waarbij het uitgangspunt is dat uitvoering van teruggeleidingsbesluiten moet plaatsvinden, tenzij zeer bijzondere omstandigheden zich voordoen. De klachten van de moeder en grootouders worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de teruggeleiding van het kind naar Spanje wordt bevestigd.