ECLI:NL:PHR:2008:BC9532
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot horen rechter-commissaris als getuige in strafzaak
In deze zaak is door de verdediging verzocht om de rechter-commissaris als getuige te horen tijdens de terechtzitting, met het oog op zijn kennis van verklaringen die onder art. 187d Sv waren gedaan en niet aan de officier van justitie, verdachte of diens raadsman bekend mochten worden gemaakt. Het hof heeft dit verzoek afgewezen omdat het horen van de rechter-commissaris over diens rechterlijke beslissingen niet past binnen het gesloten stelsel van strafvorderlijke bevoegdheden en rechtsmiddelen.
De verdediging handhaafde het verzoek, maar de Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het horen van de rechter-commissaris als getuige niet mogelijk is wanneer dit zou leiden tot het doorbreken van de beslotenheid van bepaalde rechterlijke beslissingen. De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin het horen van bepaalde functionarissen, zoals de officier van justitie, als getuige in beginsel is uitgesloten, tenzij in uitzonderlijke gevallen.
Daarnaast werd in cassatie geklaagd over de strafrechtelijke kwalificatie van de tenlastelegging, maar deze klacht werd verworpen omdat de wettelijke vereisten voor de kwalificatie waren nageleefd. Ten slotte oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden, wat leidde tot een ambtshalve strafvermindering, maar geen verdere vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het verzoek om de rechter-commissaris als getuige te horen wordt afgewezen en de straf wordt ambtshalve verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.