ECLI:NL:PHR:2008:BD2407
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing egalisatieregel bij onteigening en complexbegrip in bestemmingsplannen
In deze onteigeningszaak stond centraal of de onteigende percelen deel uitmaken van een complex in de zin van art. 40d Onteigeningswet en welk complex dat dan is. De zaak betrof een strook cultuurgrond die onteigend werd voor de aanleg van de Verlengde Euregioweg, waarbij discussie bestond over de waardering van de grond en toepassing van de egalisatieregel.
De rechtbank had vastgesteld dat het onteigende een feitelijk en onlosmakelijk deel uitmaakt van een als één geheel in exploitatie te brengen bestemmingsplan, maar dat het complex niet groter is dan het gebied waarvoor het uitwerkingsplan "Verlengde Euregioweg" geldt. De deskundige en rechtbank waardeerden de grond op basis van agrarische waarde met een kleine meerwaarde, zonder toepassing van de egalisatieregel over het bredere bestemmingsplan "De Eschmarke".
De Hoge Raad overwoog dat het begrip complex een economisch begrip is en dat de vraag of sprake is van een complex in de zin van art. 40d Ow een feitelijke beoordeling is die doorgaans aan de feitenrechter toekomt. De gefaseerde uitvoering van bestemmingsplannen en het opknippen in uitwerkingsplannen kan ertoe leiden dat meerdere complexen bestaan binnen één globaal bestemmingsplan.
De Hoge Raad benadrukte dat de wijze van exploitatie en financiering van belang is voor de toepassing van de egalisatieregel en dat het opknippen van plannen invloed kan hebben op de schadeloosstelling. De bescherming tegen ongewenste gevolgen van opknippen moet vooral in de planfase worden gezocht. Het cassatieberoep werd verworpen omdat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk of onjuist was.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de waardering van de onteigende grond is correct vastgesteld zonder toepassing van de egalisatieregel op het bredere bestemmingsplan.