ECLI:NL:PHR:2008:BD3688
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onbegrijpelijke afwijzing getuigenverzoek in zedenzaak
In deze zaak is verdachte door het Hof Leeuwarden veroordeeld voor verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en ontucht met minderjarige kinderen. De verdediging verzocht het Hof om een getuige, de ex-echtgenote van verdachte, te horen die in een brief haar eerdere belastende verklaringen had ingetrokken. Het Hof wees dit verzoek af omdat de getuige reeds tweemaal door de rechter-commissaris was gehoord en de brief onvoldoende aanleiding gaf voor een nieuw verhoor.
De advocaat-generaal betoogde dat het Hof het noodzakelijkheidcriterium voor het horen van getuigen correct had toegepast, maar dat het verdedigingsbelang ook meegewogen moest worden. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het verzoek werd afgewezen, met name omdat de brief van de getuige haar eerdere verklaringen volledig introk en daarmee ook de betrouwbaarheid van de verklaringen van de kinderen raakte.
De Hoge Raad stelde dat het Hof de verdediging de mogelijkheid had moeten geven om de getuige te ondervragen over de intrekking van haar verklaring. Daarnaast wees de Hoge Raad op de schending van het recht op een behandeling binnen redelijke termijn, hetgeen strafvermindering kan rechtvaardigen. De bestreden uitspraak werd vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst op schending van het verdedigingsbelang en redelijke termijn.