ECLI:NL:PHR:2009:BJ1763
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing noodzaakcriterium bij afwijzing getuigenverzoek in poging tot moordzaak
In deze zaak is verdachte veroordeeld door het gerechtshof wegens medeplegen van poging tot moord op het slachtoffer [CM]. Het hof wees verzoeken van de verdediging tot het horen van diverse getuigen af, omdat het niet noodzakelijk was voor de beslissing en de verdachte daardoor niet in zijn belangen werd geschaad.
De bewezenverklaring berustte op meerdere verklaringen van getuigen, waaronder het slachtoffer, betrokkenen en derden, die samen een consistent beeld schetsten van de gebeurtenissen op 17 september 2006. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van deze verklaringen en verzocht om aanvullende getuigenverhoren in hoger beroep.
De Hoge Raad overweegt dat het hof het juiste criterium heeft toegepast door het noodzaakcriterium te hanteren bij de beoordeling van het getuigenverzoek in hoger beroep, zoals voorgeschreven in art. 418 Sv Pro. Ook het belang van de verdediging is meegewogen, maar dit leidt niet tot een ander oordeel. De afwijzing van de verzoeken is niet onbegrijpelijk, omdat de aanvullende verhoren geen nieuwe relevante feiten zouden opleveren.
De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar verwerpt het cassatieberoep voor het overige. De zaak betreft een complexe strafzaak met meerdere betrokkenen en getuigenverklaringen die elkaar bevestigen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het juiste gebruik van het noodzaakcriterium bij afwijzing van getuigenverzoeken en vernietigt de strafoplegging wegens termijnoverschrijding.