ECLI:NL:PHR:2008:BD4882
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in hennepkwekerijzaak
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennepplanten in twee hennepkwekerijen, gelegen in Barneveld en Amersfoort. Verdachte kreeg een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan 87 dagen voorwaardelijk, en een werkstraf van 200 uur opgelegd.
De verdediging stelde onder meer dat sprake was van schending van de redelijke termijn in de cassatiefase, aangezien tussen het instellen van cassatie en ontvangst van de stukken bij de Hoge Raad meer dan twee jaar was verstreken, terwijl de norm acht maanden is. De Hoge Raad oordeelt dat deze overschrijding inderdaad heeft plaatsgevonden en dat dit moet leiden tot verlaging van de straf.
Daarnaast werd het bewijs tegen verdachte besproken, waaronder verklaringen van medeverdachten, observatiecamera-opnamen, en DNA-onderzoek van sigarettenpeuken die in de hennepkwekerij zijn gevonden. Hoewel verdachte zich op zijn zwijgrecht beriep en er geen direct belastend bewijs zoals vingerafdrukken werd gevonden, achtte het hof de bewijsvoering voldoende voor medeplegen.
De Hoge Raad constateert dat de motivering van de strafoplegging niet voldoet aan de eisen van artikel 359 lid 6 Sv Pro, met name omdat niet voldoende is toegelicht waarom een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is gegeven het ontbreken van eerdere veroordelingen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de straf.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwijst de zaak terug voor herziening van de strafoplegging.