ECLI:NL:PHR:2008:BE9847
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing schadevergoeding voor vernieling afrasteringspalen ondanks betwisting eigen schuld en schadehoogte
In deze zaak is verdachte veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van betonpalen die toebehoren aan de benadeelde partij. De benadeelde partij vorderde schadevergoeding voor de vernielde palen en het beschadigde gaas. Verdachte betwistte de hoogte van de schade en voerde aan dat de benadeelde partij eigen schuld had omdat de afrastering te dicht bij de weg was geplaatst, waardoor het risico op schade bestond.
Het hof oordeelde dat verdachte aansprakelijk was voor de vernieling en kende de schadevergoeding toe. Het hof vond dat de mogelijke foutieve gedraging van de benadeelde partij van geringe betekenis was in vergelijking met het opzettelijke handelen van verdachte. Ook verwierp het hof het verweer dat de schadevergoeding verminderd moest worden wegens het voordeel dat de benadeelde partij zou hebben door vervanging van de palen.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof en oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat de vordering van de benadeelde partij van eenvoudige aard was en dat het hof de vordering terecht had toegewezen. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het verweer van eigen schuld was verworpen en dat het hof had moeten onderzoeken of aftrek van het voordeel van vervanging op basis van art. 6:100 BW Pro aan de orde was. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de beslissing op de vordering van de benadeelde partij betreft en verwees de zaak terug.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor zover het de beslissing op de vordering van de benadeelde partij betreft en verwijst de zaak terug.