Conclusie
Inleiding
Het eerste middel en de bespreking daarvan
NJ2021/70 miskend door bij de beoordeling of sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn dan wel de aangewezen reactie daarop de duur van de procedure als geheel beslissend te laten zijn;
NJ2021/70 houdt (voor zover hier van belang) in:
in zijn geheel– overwogen dat kan worden volstaan met een constatering van deze overschrijding van de redelijke termijn. In zoverre heeft het hof het beoordelingskader niet miskend. [2]
het totaalvan de voor elk van die procesfasen geldende termijnen. Het hof had dit kennelijk voor ogen, door te beslissen dat aan de geconstateerde overschrijding geen gevolgen worden verbonden gezien het procesverloop in zijn geheel, waarbij het hof van belang acht dat in eerste aanleg op verzoek van de verdediging een groot aantal getuigen is gehoord door de rechter-commissaris, hetgeen tijd kost, en dat de behandeling van de zaak in hoger beroep voortvarend heeft plaatsgevonden. Dat oordeel komt mij niet onjuist, noch onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd voor, mede gelet op het feit dat het gaat om een (beperkte) overschrijding van twee maanden en de berechting in feitelijke aanleg is afgerond binnen vier jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. Reeds hierom kon het hof volstaan met een constatering van de overschrijding van de redelijke termijn in een eerste aanleg. Het in de toelichting op het middel opgenomen (nogal feitelijke) betoog dat de in eerste aanleg opgelopen vertraging rondom de getuigenverhoren waar de verdediging om had verzocht niet (volledig) aan de verdediging kan of mag worden toegeschreven, doet in zoverre dan ook niet ter zake.
III.Het tweede middel en de bespreking daarvan
Het middel
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverweging van het hof
Feit 1 en feit 2 subsidiair
Een proces-verbaal aangiftevan de politie Eenheid Den Haag, d.d. 23 september 2017, met nr. PL1500-2017272159-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 1-3):
Een proces-verbaal aangiftevan de politie Eenheid Den Haag, d.d. 24 september 2017, met nr. PL1500-2017273436-1. Dit proces-verbaal met bijlagen houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 1-14):
Een proces-verbaal van bevindingenvan de politie Eenheid Den Haag, d.d. 24 september 2017, met nr. PL1500-2017272159-17. Dit proces-verbaal met bijlagen houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 1-7):
Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Den Haag van 3 april 2018. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven –:
Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Den Haag van 17 mei 2018. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven –:
Een proces-verbaal van aanhoudingvan de politie Eenheid Den Haag, d.d. 23 september 2017, met nr. PL1500-2017272159-2. Dit proces-verbaal met bijlagen houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 1-2):
Een proces-verbaal van verhoor verdachtevan de politie Eenheid Den Haag, d.d. 23 september 2017, met nr. PL1500-2017272159-9. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven –:
€ 13.350,00
NJ2019/379, m.nt. Vellinga onder meer:
NJ2021/284, m.nt. Lindenbergh heeft de Hoge Raad daaraan toegevoegd:
Het derde middel en de bespreking daarvan
Slotsom