ECLI:NL:HR:2008:BE9847
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid verdachte voor opzettelijke vernieling van afrasteringspalen
De zaak betreft een strafzaak waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van betonnen palen die toebehoren aan de benadeelde partij. Het hof Arnhem had vastgesteld dat verdachte met voorwaardelijk opzet de palen heeft vernield door met een landbouwcombinatie harder dan verantwoord door een bocht te rijden, waarbij hij bewust het risico nam de afrastering te raken.
Verdachte voerde onder meer aan dat de afrastering onrechtmatig was geplaatst en dat sprake was van overmacht, omdat de palen te dicht bij de weg stonden en hij daardoor schade niet kon vermijden. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat het mogelijk was de afrastering zonder schade te passeren bij een lage snelheid en dat verdachte bewust harder reed.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €971,05, welke door het hof werd toegewezen. Verdachte stelde dat de schadevergoedingsplicht verminderd moest worden wegens eigen schuld van de benadeelde partij en dat rekening gehouden moest worden met een voordeel van 'nieuw voor oud'. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze verweren voldoende had gemotiveerd en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor opzettelijke vernieling en tot betaling van €971,05 schadevergoeding aan de benadeelde partij.