ECLI:NL:PHR:2008:BF0090
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontnemingsmaatregel wegens onrechtmatige berekening voordeel na vrijspraak
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €90.374,54 en de betrokkene verplicht tot betaling van dit bedrag aan de Staat. De betrokkene stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte voordeel heeft betrokken dat is verkregen uit feiten waarvoor de betrokkene in de hoofdzaak is vrijgesproken, hetgeen in strijd is met de onschuldpresumptie zoals neergelegd in artikel 6 lid 2 EVRM Pro.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden, wat aanleiding gaf tot vermindering van de betalingsverplichting. Het hof had bij de waardering van het wederrechtelijk verkregen voordeel de gefactureerde bedragen als marktwaarde gehanteerd, wat door de Hoge Raad als een juiste maatstaf werd bevestigd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het voordeel betrof dat gebaseerd was op vrijgesproken feiten en gaf de raad om het ontnemingsbedrag zelf opnieuw vast te stellen, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het ontnemingsbedrag voor zover gebaseerd op vrijgesproken feiten en beveelt herberekening met inachtneming van termijnoverschrijding.