ECLI:NL:PHR:2008:BF0559
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onregelmatigheden bij geurproeven in strafzaak over overval en wapenbezit
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een veroordeelde die werd vrijgesproken van afpersing en veroordeeld voor medeplegen van voorbereiding van een zwaar misdrijf, op basis van geurproeven en schakelbewijs. Uit onderzoek door de Rijksrecherche bleek dat geurproeven uitgevoerd door de oefengroep Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006 regelmatig niet volgens protocol werden uitgevoerd, met name doordat de hondengeleiders de sorteervolgorde kenden.
De Hoge Raad stelt vast dat de geurproeven die in deze zaak zijn gebruikt, niet als voldoende betrouwbaar kunnen worden beschouwd. Hoewel er drie geurproeven met verschillende speurhonden zijn uitgevoerd, is het protocol niet nageleefd en zijn twee van de drie hondengeleiders veroordeeld wegens meineed. Dit brengt mee dat het bewijs dat op deze geurproeven steunt, ernstig ter discussie staat.
De Hoge Raad concludeert dat het resultaat van de geurproeven niet zou zijn gebruikt indien de rechter bekend was geweest met de onregelmatigheden. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond voor de feiten die op de geurproeven berusten (overval en gebruik van gestolen voertuigen) en beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis. De zaak wordt terugverwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Voor de feiten die niet op geurproeven berusten (voorbereiding van een andere overval en wapenbezit) wordt de herzieningsaanvraag ongegrond verklaard. De uitspraak benadrukt de noodzaak van zorgvuldige en conforme uitvoering van geurproeven in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor de feiten die op geurproeven berusten en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.