ECLI:NL:PHR:2008:BF1888
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Totstandkoming en nakoming van overeenkomsten tussen Total en Impol met beoordeling motiveringsklachten
De zaak betreft een civiel geschil tussen Total Nederland N.V. en diverse vennootschappen en personen, waaronder Impol Beheer B.V. en [eiser 2], over de totstandkoming en nakoming van diverse overeenkomsten inzake handel, merkgebruik, tankpassen en exploitatie van een tankstation.
Total stelde dat zij met [A](nieuw) overeenkomsten had gesloten, maar het hof oordeelde dat deze overeenkomsten niet tot stand waren gekomen vanwege het niet voldoen aan een voorwaarde omtrent zekerheidstelling. Total vorderde betaling van diverse bedragen wegens leveringen en onrechtmatig handelen, waarbij het hof Impol en [eiser 2] veroordeelde tot betaling op basis van de oorspronkelijke overeenkomsten van 1990, maar de vordering wegens onrechtmatig handelen tegen [eiser 2] afwees.
In cassatie werden klachten geuit over de motivering van het hof, met name over het oordeel dat geen contractuele verhouding was ontstaan met [A](nieuw) en over de beoordeling van betalingsonmacht. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de leveringsovereenkomst voor handelaren en de overeenkomst tot merkgebruik niet tot stand waren gekomen, en verklaarde het principaal beroep deels gegrond. Het incidenteel cassatieberoep van Total werd verworpen.
Uitkomst: Het principaal cassatieberoep is deels gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering over het niet tot stand komen van overeenkomsten, het incidenteel cassatieberoep is verworpen.