ECLI:NL:PHR:2008:BF3321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen na betreden woning buurvrouw
De verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen jegens een minderjarige in de woning van zijn buurvrouw, nadat hij 's nachts naakt haar woning was binnengedrongen en de dochter in bed had vastgepakt. Het hof sprak verdachte vrij wegens onvoldoende wettige bewijsmiddelen en oordeelde dat het vastpakken niet als ontucht kon worden aangemerkt, mede omdat verdachte direct losliet toen hij besefte dat hij de dochter en niet de moeder vasthield.
Het Openbaar Ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak en voerde aan dat het hof een onjuiste betekenis had toegekend aan het begrip 'ontuchtige handelingen' en daarmee de grondslag van de tenlastelegging had verlaten. De Advocaat-Generaal concludeerde echter dat het hof geen verkeerde rechtsopvatting had gehanteerd en dat de motivering van de vrijspraak standhield.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de tenlastelegging juist had geïnterpreteerd en dat de vrijspraak voldoende was gemotiveerd. Het oordeel van het hof, gebaseerd op de verklaring van het slachtoffer en de concrete omstandigheden, was niet onbegrijpelijk en kon in cassatie niet verder worden getoetst. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor ontuchtige handelingen.