ECLI:NL:HR:2004:AR4901
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijspraak wegens onvoldoende bewijs beschermde indigovinken
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij in november 2001 in de gemeente Barneveld twee indigovinken, beschermde vogels volgens de Vogelwet 1936, onder zich had en/of te koop aanbood. Het Gerechtshof Arnhem sprak verdachte vrij omdat er gerede twijfel bestond of de indigovink daadwerkelijk een in Europa in het wild levende beschermde vogelsoort is. Het hof vond het bewijs onvoldoende om tot een veroordeling te komen.
De Advocaat-Generaal stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak. De Hoge Raad oordeelde dat uit de motivering van het hof niet blijkt dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door een verkeerde uitleg van het begrip 'in Europa in het wild levende vogel'. De enkele mogelijkheid van een verkeerde uitleg leidt niet tot vernietiging van de vrijspraak.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof niet verplicht was nader onderzoek te gelasten voordat het tot een einduitspraak kwam, noch dat het hof zijn impliciete oordeel over het niet noodzakelijk zijn van nader onderzoek ambtshalve moest motiveren. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en de vrijspraak gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat de indigovinken beschermde vogels zijn.