ECLI:NL:HR:2008:BF3321
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak ontuchtige handelingen
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de gedragingen van de verdachte kwalificeerden als ontuchtige handelingen in de zin van de artikelen 246 en 247 van het Wetboek van Strafrecht. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch sprak de verdachte vrij op 27 april 2007. Het Openbaar Ministerie stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal stelde een middel van cassatie voor, maar concludeerde uiteindelijk tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet van een verkeerde rechtsopvatting was uitgegaan met betrekking tot het begrip ontuchtige handelingen en dat de motivering van de vrijspraak de toets in cassatie kan doorstaan.
Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet nodig omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Het arrest werd gewezen door de president en raadsheren van de strafkamer van de Hoge Raad op 4 november 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van de verdachte wegens ontuchtige handelingen.