ECLI:NL:PHR:2008:BF3918
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis bij gebrek aan bereidheid en gevaar
Betrokkene verbleef vrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis na een eerdere voorlopige machtiging. De officier van justitie verzocht verlenging van deze machtiging vanwege haar zwakbegaafdheid en ernstige alcoholafhankelijkheid, die leiden tot gevaarlijke situaties wanneer zij onder invloed buiten het ziekenhuis is.
De rechtbank verleende de voorlopige machtiging, waarbij werd vastgesteld dat betrokkene geen blijk gaf van de nodige bereidheid tot verblijf, en dat haar stoornis gevaar voor haarzelf veroorzaakte. Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het criterium van noodzakelijke bereidheid hanteerde en dat zwakbegaafdheid in combinatie met ernstige alcoholafhankelijkheid een stoornis van de geestvermogens kan vormen die het gevaar rechtvaardigt. Het gevaar bestond uit risico's van lichamelijke en maatschappelijke teloorgang, waaronder blootstelling aan ongevallen en mishandeling in dronken toestand.
De Hoge Raad verwierp de klachten over onvoldoende motivering en onduidelijkheid over het gevaar, en bevestigde dat de voorlopige machtiging terecht was verleend. Het beroep werd verworpen, waarmee de gedwongen opname werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de voorlopige machtiging tot gedwongen opname.