ECLI:NL:PHR:2008:BG0944
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurachterstand en ontbinding huurovereenkomst woonruimte: belangenafweging en bijzondere omstandigheden
De zaak betreft een geschil tussen een huurder en verhuurder over de ontbinding van een huurovereenkomst wegens huurachterstand. De huurder was afhankelijk van een bijstandsuitkering en had een huurachterstand opgebouwd, deels veroorzaakt door een foutieve inkomensopgave van de Belastingdienst die leidde tot afwijzing van huursubsidie door VROM.
De rechtbank ontbond de huurovereenkomst en veroordeelde de huurder tot betaling van de achterstallige huur. Het hof bekrachtigde dit oordeel, stellende dat het verkrijgen van huursubsidie een eigen verantwoordelijkheid van de huurder is en dat vertragingen in de subsidieverlening voor rekening van de huurder komen.
De huurder kwam in cassatie en stelde dat het hof onvoldoende had onderzocht of de huurachterstand aan hem toe te rekenen was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn woonbelang en de bijzondere omstandigheden, zoals de fout van de Belastingdienst en de trage behandeling van het subsidieverzoek. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom de bijzondere omstandigheden niet tot een andere belangenafweging leidden en dat het oordeel van het hof over de ontbinding niet voldoende was onderbouwd. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onvoldoende belangenafweging bij ontbinding van de huurovereenkomst.