ECLI:NL:PHR:2008:BG3447
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijk vermoeden bij binnentreden woonboot en oordeelt over redelijke termijn cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te Leeuwarden, waarin verdachte werd veroordeeld voor het in werking hebben van een hennepplantage in een woonboot. De verdediging voerde aan dat het binnentreden van de woonboot onrechtmatig was omdat dit uitsluitend was gebaseerd op onbevestigde RCIE-informatie, en dat daardoor het bewijs uitgesloten moest worden. Het hof oordeelde echter dat de RCIE-tip voldoende concreet was en door een kort daaropvolgend onderzoek werd bevestigd, zodat er een redelijk vermoeden van schuld bestond en het binnentreden rechtmatig was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de mate van concreetheid van de tip en de verificatie door de politie doorslaggevend zijn. De woonboot voldeed aan de omschrijving uit de tip en de politie mocht ter plaatse nader onderzoek instellen. Daarnaast werd geoordeeld dat de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing was op het binnentreden omdat er geen sprake was van een woning in de zin van de wet.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, aangezien meer dan twee jaar was verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en de behandeling door de Hoge Raad. Dit leidde tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en wees het beroep voor het overige af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het redelijk vermoeden en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.