ECLI:NL:PHR:2008:BG3578
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging voortgezet verblijf bij autistische stoornis en gevaarscriterium
Betrokkene verblijft sinds enkele jaren in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een rechterlijke machtiging vanwege een autistische stoornis met preoccupaties voor jonge meisjes en mogelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag. De rechtbank heeft bij beschikking van 27 juni 2008 de machtiging tot voortgezet verblijf voor twee jaar verleend.
In cassatie is betoogd dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom betrokkene de nodige bereidheid tot vrijwillig verblijf zou missen en waarom het gevaarscriterium is vervuld. De Hoge Raad overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat betrokkene, ondanks zijn wens vrijwillig te blijven, vanwege zijn gebrek aan ziekte-inzicht en noodzakelijke behandeling niet de vereiste bereidheid toont. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
Voorts is het gevaarscriterium volgens de Hoge Raad juist toegepast: het gevaar dat betrokkene een ander ernstig letsel of de dood kan toebrengen, kan niet buiten het ziekenhuis worden afgewend. Dit is gebaseerd op rapporten van het Forensisch-psychiatrisch centrum en het Centrum Autisme. Het feit dat betrokkene nog geen delict heeft gepleegd doet hieraan niet af.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de machtiging tot voortgezet verblijf. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het ontbreken van de nodige bereidheid en het toepassen van het gevaarscriterium bij onvrijwillige opname.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de machtiging tot voortgezet verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis.