ECLI:NL:PHR:2009:BA4679
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Materieel terugwerkende kracht van nieuw aanmerkelijkbelangregime niet in strijd met EVRM
Belanghebbende, enig aandeelhouder van C BV, betwistte de vaststelling van de verkrijgingsprijs van aandelen na omzetting van turbovorderingen in aandelenkapitaal. Het Hof stelde de verkrijgingsprijs van de aandelen C BV vast op ƒ 123.250, waarbij het negatieve vervreemdingsvoordeel van aandelen A BV werd toegevoegd. Belanghebbende stelde dat artikel 70c, lid 2, Wet IB 1964 niet materieel terugwerkende kracht toekomt en dat dit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM.
De Hoge Raad bevestigt dat het nieuwe aanmerkelijkbelangregime per 1 januari 1997 een subjectief stelsel invoert, waarbij turboconstructies worden aangepakt door de verkrijgingsprijs van aandelen omgezet uit schuldvorderingen gelijk te stellen aan de verkrijgingsprijs van die schuldvordering. De materieel terugwerkende kracht strekt zich verder uit dan 4 juni 1996, in tegenstelling tot de formeel terugwerkende kracht die beperkt is tot die datum. De Hoge Raad oordeelt dat deze terugwerkende kracht niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM, mede gelet op de aankondiging en het algemeen belang bij bestrijding van belastingontwijking.
Ten aanzien van het incidentele beroep stelt de Hoge Raad vast dat het Hof ten onrechte het negatieve vervreemdingsvoordeel bij de verkrijgingsprijs van de aandelen C BV heeft gevoegd terwijl dit verlies reeds bij de aanslagregeling over 2000 was verrekend. Dit leidt tot dubbele verliesneming, wat strijdig is met het systeem van heffing over winst uit aanmerkelijk belang. De zaak wordt vernietigd en het beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat terugwerkende belastingwetgeving niet per definitie onrechtmatig is, mits een redelijke verhouding bestaat tussen het doel en de belastingplichtige belangen. Ook wordt benadrukt dat verliesneming slechts mogelijk is bij daadwerkelijke realisatie van verlies, niet bij behoud van belang in de vennootschap.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de materieel terugwerkende kracht van artikel 70c Wet IB 1964 en vernietigt het arrest van het Hof wegens onjuiste toepassing van artikel 20c lid 6, waardoor dubbele verliesneming wordt voorkomen.