ECLI:NL:PHR:2009:BF0938
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt inwonerschap en heffingsbevoegdheid bij bestuurdersbeloningen in belastingverdrag Nederland-VS
In deze zaak staat centraal de vraag of de inkomsten van belanghebbende, een Amerikaanse nationaliteit dragende bestuurder van een in Nederland gevestigde vereniging, vallen onder artikel 16 (niet-zelfstandige arbeid) of artikel 17 (bestuurdersbeloningen) van het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten. Belanghebbende werkte in Nederland en ontving een salaris van de vereniging, die geen onderneming drijft en daarom niet vennootschapsbelastingplichtig is.
Het Hof had geoordeeld dat de vereniging als inwoner van Nederland moest worden aangemerkt en dat belanghebbende zijn beloning als bestuurder ontving, waardoor artikel 17 van Pro toepassing was. De Hoge Raad stelt echter dat de vereniging, omdat zij geen onderneming drijft en niet effectief aan winstbelasting is onderworpen, niet als inwoner van Nederland in de zin van het verdrag kan worden beschouwd. Dit betekent dat artikel 17 niet Pro van toepassing is.
Belanghebbende wordt als inwoner van de Verenigde Staten aangemerkt, mede vanwege zijn Amerikaanse nationaliteit en de toepassing van de 35%-regeling, waardoor hij als fictief buitenlands belastingplichtige wordt beschouwd. De beloning moet daarom worden belast volgens artikel 16, waarbij Nederland alleen belasting mag heffen over het deel van het salaris dat toerekenbaar is aan in Nederland gewerkte dagen.
De Hoge Raad verduidelijkt ook het begrip bestuurder in het kader van belastingverdragen en benadrukt dat het privaatrechtelijke bestuurdersbegrip geldt, waarbij formele benoeming en feitelijke bestuurswerkzaamheden essentieel zijn. Het arrest bevestigt dat alleen beloningen die zijn verkregen in hoedanigheid van bestuurder onder artikel 17 vallen Pro, terwijl overige arbeidsbeloningen onder artikel 16 vallen Pro.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het beroep in cassatie gegrond is en dat het arrest van het Hof moet worden vernietigd, met de verwijzing dat de beloning van belanghebbende onder artikel 16 van Pro het verdrag valt.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de vereniging geen inwoner is in de zin van het belastingverdrag, waardoor artikel 17 niet van toepassing is en de beloning van belanghebbende onder artikel 16 valt.