ECLI:NL:HR:1999:AA3938
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Niet-bestuurders in statutaire zin zijn geen bestuurders voor loonbelasting naheffing
Belanghebbende, een dochtermaatschappij van een Antilliaanse holding, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd voor het tijdvak 1990-1994. De Inspecteur kwalificeerde twee functionarissen, D en E, als bestuurders van de holding en legde op die grond naheffing op. Het Hof stelde de Inspecteur in het gelijk, maar belanghebbende stelde cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat voor de toepassing van artikel 2, lid 3, letter c, van de Wet op de loonbelasting 1964, alleen het orgaan dat volgens het toepasselijke recht en de statuten met het bestuur is belast als bestuurder kan worden aangemerkt. Vertegenwoordigingsbevoegdheid alleen is onvoldoende. Uit de statuten bleek dat de Raad van Bestuur het bestuur is en dat D en E slechts functionarissen waren benoemd door die Raad, zonder lid te zijn van het bestuursorgaan.
Daarom kunnen D en E niet als bestuurders in de zin van de Wet worden beschouwd. De naheffingsaanslag is derhalve vernietigd. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt vernietigd omdat D en E geen bestuurders in de zin van de Wet zijn.