ECLI:NL:PHR:2009:BG6151
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inbeslagneming van papieren tijdens doorzoeking en rechtsgeldigheid daarvan
In deze zaak staat centraal of het onder zich nemen van een ongeordende stapel papieren door de rechter-commissaris tijdens een doorzoeking kan worden aangemerkt als een inbeslagneming in de zin van artikel 134 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv).
De rechter-commissaris had de papieren meegenomen naar het kabinet om te beoordelen welke stukken voor beslag vatbaar waren. De rechtbank stelde vast dat deze handeling niet gelijkstaat aan inbeslagneming, omdat het doel van het onderzoek niet de strafvordering diende zoals bedoeld in artikel 134 Sv Pro, maar slechts een beoordeling van de beslagvatbaarheid van de stukken.
De Hoge Raad bevestigt dat het onder zich nemen van goederen slechts als inbeslagneming geldt indien de vrije beschikking over het voorwerp wordt opgeheven ten behoeve van de strafvordering. Het feit dat de stukken werden meegenomen om te onderzoeken of ze voor beslag vatbaar waren, is daarvoor onvoldoende.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling van het beklag over de stukken die nog in bezit van de rechter-commissaris zijn, terwijl het cassatieberoep voor de reeds teruggegeven stukken niet ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor reeds teruggegeven stukken en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beklag over overige stukken.