ECLI:NL:HR:2004:AO9125
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Voortduren beslag na intrekking uitleveringsverzoek en rechtshulpverzoek
In deze zaak stond centraal of het beslag op goederen, oorspronkelijk gelegd naar aanleiding van een Duits uitleverings- en rechtshulpverzoek, voortgezet kon worden nadat deze verzoeken waren ingetrokken. De rechtbank had geoordeeld dat het beslag was omgezet in een beslag op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) en dat het belang van de strafvordering zich tegen opheffing van het beslag verzette.
De Hoge Raad bevestigde dat het intrekken van het uitleverings- en rechtshulpverzoek de bevoegdheid van de officier van justitie om beslag te leggen op grond van artikel 94 Sv Pro niet aantast. Dit artikel geeft de officier van justitie de bevoegdheid om voorwerpen in beslag te nemen die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen of waarvan verbeurdverklaring kan worden bevolen.
De rechtbank had op basis van een proces-verbaal vastgesteld dat er voldoende gronden waren voor verdenking van overtreding van artikel 225 en Pro/of 231 van het Wetboek van Strafrecht. Het belang van de strafvordering, waaronder waarheidsvinding en het voorkomen van onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen, rechtvaardigde het voortduren van het beslag.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de klager en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het beslag rechtmatig was voortgezet. Hiermee werd het beroep afgewezen en bleef het beslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag blijft gehandhaafd op grond van artikel 94 Sv.