ECLI:NL:PHR:2009:BG6464
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing landbouwvrijstelling bij overbrenging bouwkavel naar privévermogen en gelijkheidsbeginsel
De belanghebbende, een agrariër, bracht in 2003 een perceel grond van zijn ondernemingsvermogen over naar zijn privévermogen met het oog op de bouw van een tweede bedrijfswoning. Hij paste de landbouwvrijstelling toe op het verschil tussen de waarde van de grond als grasland en als bouwkavel. De Inspecteur stelde dit verschil echter belastbaar, omdat de grond bij onttrekking bestemd was als bouwperceel en daarmee niet langer werd aangewend in het kader van het landbouwbedrijf.
De Rechtbank en het Gerechtshof verklaarden het beroep van de belanghebbende ongegrond, stellende dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is op waardestijgingen door bestemmingswijziging van agrarische naar bouwgrond. Het Hof voegde toe dat het beleid van de Staatssecretaris, neergelegd in het Besluit van 8 maart 2006, alleen ziet op bestaande bedrijfswoningen en niet op bouwkavels zonder bebouwing, zodat geen sprake is van gelijke gevallen.
De belanghebbende voerde in cassatie aan dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat het begunstigende beleid ook op zijn situatie wordt toegepast, omdat het onderscheid tussen bestaande woningen en bouwkavels onrechtvaardig is. De Advocaat-Generaal concludeert dat het beroep gegrond moet worden verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en het belastbaar inkomen verminderd met het verschil van € 71.000, omdat het beleid discriminatoir was en de belanghebbende op gelijke behandeling recht heeft.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en het belastbaar inkomen verminderd met € 71.000.