ECLI:NL:HR:2009:BG6464
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Gelijkheidsbeginsel en landbouwvrijstelling bij onttrekking agrarische grond aan ondernemingsvermogen
Belanghebbende, een agrarisch ondernemer, bracht in 2003 een perceel onbebouwde cultuurgrond over van zijn ondernemingsvermogen naar privévermogen met het oog op de bouw van een tweede bedrijfswoning. De Inspecteur handhaafde een aanslag inkomstenbelasting over 2003, hetgeen door rechtbank en hof werd bevestigd.
In cassatie stond centraal of het gelijkheidsbeginsel werd geschonden doordat de Belastingdienst het beleid omtrent de landbouwvrijstelling voor onttrekking van ondergrond van bestaande woningen niet overeenkomstig toepaste op onbebouwde grond bestemd voor woningbouw. De Hoge Raad overwoog dat het beleid dat berust op een onjuiste rechtsopvatting slechts gold voor een bepaalde groep belastingplichtigen en dat belanghebbende, die niet tot die groep behoorde, zich niet met succes op het gelijkheidsbeginsel kan beroepen.
De Hoge Raad bevestigde dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is op waardeveranderingen van grond die onttrokken is aan het ondernemingsvermogen voor woningbouw. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van schending van het gelijkheidsbeginsel.