ECLI:NL:PHR:2009:BG6557
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering straf wegens overschrijding redelijke termijn en bewijsbeoordeling bij medeplegen oplichting
In deze zaak werd verzoeker door het hof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van oplichting en het bezit van hasj. Tijdens het hoger beroep werd verzocht om aanhouding van de zaak om een deskundige te benoemen die zich kon uitlaten over enkelvoudige spiegelconfrontaties, maar dit verzoek werd niet toegewezen en de getuige die hiervoor was opgeroepen verscheen niet.
De raadsman van verzoeker klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro, het niet beslissen op het verzoek tot het benoemen van een deskundige en het uitsluitend steunen van de bewezenverklaring op de verklaring van één getuige. De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn inderdaad was overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigt.
Verder werd vastgesteld dat het hof niet uitdrukkelijk had beslist op het deskundigenverzoek, maar dit niet tot cassatie leidde omdat de resultaten van de spiegelconfrontaties niet als bewijs waren gebruikt. De bewezenverklaring was niet uitsluitend gebaseerd op één getuige, maar ondersteund door meerdere bewijsmiddelen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen voor wat betreft de strafmaat en liet de rest van het arrest in stand. De straf kan worden verminderd tot een gebruikelijke maatstaf.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de strafmaat wegens overschrijding van de redelijke termijn; de straf kan worden verminderd.