ECLI:NL:PHR:2009:BG9044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over verkrijging onverdeeld aandeel economische eigendom woonboulevard onder voorbehoud stille reserves
In deze zaak gaat het om de verkrijging door minderjarige commanditaire vennoten van onverdeelde aandelen in de economische eigendom van een woonboulevard, ingebracht door een beherend vennoot onder voorbehoud van stille reserves. De belanghebbenden deden aangifte overdrachtsbelasting over de boekwaarde, maar de inspecteur legde naheffingsaanslagen op over de volle economische waarde.
De rechtbank stelde de inspecteur in het gelijk en oordeelde dat sprake was van verkrijging van economische eigendom in de zin van artikel 2, lid 2, Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BvR) en dat de heffingsgrondslag de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaak zelf betrof. Het hof verklaarde de beroepen gegrond en bepaalde dat de heffing moest plaatsvinden over de waarde van het verkregen beperkte aandeel, namelijk de boekwaarde, omdat de stille reserves waren voorbehouden.
De staatssecretaris stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof dat een beperkte economische eigendom onder artikel 2, lid 2, Wet BvR valt. De conclusie van de advocaat-generaal is dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde, omdat de wetsgeschiedenis geen ruimte laat voor nuances in de mate van economische eigendom. Volgens de conclusie is het ofwel volle economische eigendom (of iets dat deze benadert) met heffing over volle waarde, ofwel geen economische eigendom in de zin van artikel 2, lid 2, met geen heffing.
De conclusie adviseert vernietiging van het arrest van het hof en verwijzing voor nader feitelijk onderzoek, omdat onduidelijkheid bestaat over de aard van het verkregene en de belanghebbenden mogelijk hun oorspronkelijke standpunt dat geen belastbaar feit plaatsvond, opnieuw willen innemen. Tevens wordt ingegaan op de waarderingsvraag, waarbij wordt vastgesteld dat persoonlijke verplichtingen zoals voorbehoud van stille reserves in beginsel niet de heffingsgrondslag drukken.
Uitkomst: De conclusie adviseert cassatieberoepen gegrond te verklaren, het arrest van het hof te vernietigen en de zaken te verwijzen voor nader feitelijk onderzoek.