ECLI:NL:PHR:2009:BH0180
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping noodweerexces bij doodslag na vechtpartij in Zaandam
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens het opzettelijk doden van het slachtoffer door een schot in de borst tijdens een vechtpartij in een koffiehuis in Zaandam. De verdachte voerde in hoger beroep noodweerexces aan, stellende dat hij handelde uit angst en paniek toen hij op de grond lag en het slachtoffer op hem afkwam. Het hof verwierp dit verweer omdat er geen sprake was van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding en de verdachte disproportioneel handelde uit kwaadheid.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof, hoewel het hof niet expliciet had onderzocht of het gedrag van het slachtoffer toen de verdachte op de grond lag een onmiddellijke aanranding vormde. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte niet in een noodweersituatie verkeerde en dat de reactie disproportioneel was. Tevens wordt het beroep op noodweerexces verworpen omdat de verdachte handelde uit kwaadheid en niet uit een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door angst.
Daarnaast is de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade deels toegewezen door het hof, waarbij de kosten van vliegtickets voor het bijwonen van de begrafenis in Turkije als rechtstreekse schade zijn erkend. De Hoge Raad bevestigt deze toewijzing en overweegt dat dergelijke kosten onder de kosten van lijkbezorging kunnen vallen indien ze in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene. Het beroep van de verdachte wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf wegens doodslag en wijst de schadevergoeding aan de benadeelde partij deels toe.