ECLI:NL:HR:2004:AR3687
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt verwerping beroep op noodweerexces bij poging tot doodslag
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag. Het hof verwierp het beroep van verdachte op noodweerexces, omdat volgens het hof geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en verdachte als eerste had geschoten.
De verdediging stelde dat verdachte handelde uit onmiddellijk dreigend gevaar voor een wederrechtelijke aanranding, aangezien een groep van vijf mannen, gewapend en bedreigend, de woonwagen van verdachte binnendrong nadat hij was gewaarschuwd. Getuigenverklaringen en afgeluisterde gesprekken bevestigden dat verdachte direct moest schieten om zichzelf te verdedigen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het beroep op noodweerexces werd verworpen en dat het enkel feit dat verdachte als eerste schoot niet uitsluit dat er sprake was van onmiddellijk dreigend gevaar. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Deze uitspraak benadrukt dat bij noodweerexces ook situaties van onmiddellijk dreigend gevaar voor een wederrechtelijke aanranding kunnen worden betrokken, en dat een juiste motivering van het hof essentieel is om het beroep op noodweer(exces) te kunnen afwijzen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweerexces.