ECLI:NL:PHR:2009:BH0536
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen naheffing loonheffing over voordeel auto van de zaak bij toepassing Fooienbesluit 2002
Belanghebbende exploiteert een horecagelegenheid en stelde aan een werknemer (D) een auto ter beschikking voor privégebruik. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen op wegens het niet toepassen van het Fooienbesluit 2002, waarbij het verschil tussen het CAO-loon en het daadwerkelijk ontvangen loon werd nageheven. Belanghebbende had echter loonheffing ingehouden en afgedragen over een bijtelling voor de auto, die volgens haar niet tot het loon behoorde.
Het Hof oordeelde dat het voordeel van de auto niet tot het rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon behoorde en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd, maar dat de vrijwillig ingehouden loonheffing in mindering kon worden gebracht. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad stelt vast dat het begrip loon in het Fooienbesluit 2002 moet worden uitgelegd naar het loonbegrip van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, waarin het voordeel van een ter beschikking gestelde auto wel tot het loon behoort. Dit betekent dat het voordeel van de auto moet worden meegeteld bij het vaststellen van het loon voor het Fooienbesluit.
Echter, omdat belanghebbende vrijwillig loonheffing heeft ingehouden en afgedragen over het voordeel van de auto, is er geen sprake van te weinig betaalde loonheffing. Op grond van artikel 20 AWR Pro kan alleen worden nageheven als te weinig belasting is betaald. De naheffingsaanslag moet daarom worden verminderd met het bedrag van de vrijwillige inhouding. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de naheffingsaanslag dienovereenkomstig.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonheffing wordt verminderd omdat het voordeel van de auto tot het loon behoort, maar reeds vrijwillig hogere loonheffing is ingehouden en afgedragen.