ECLI:NL:PHR:2009:BH1089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van omkering van de bewijslast bij niet doen van vereiste aangifte in belastingzaken
Deze zaak betreft de beoordeling van de omkering van de bewijslast in belastingzaken, specifiek wanneer een belastingplichtige niet de vereiste aangifte heeft gedaan. De Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad, R.L.H. IJzerman, heeft conclusies genomen in meerdere zaken, waaronder zaaknummer 07/10519, waarin onder meer de vraag centraal staat wanneer een inhoudelijk niet adequate aangifte als het niet doen van de vereiste aangifte moet worden beschouwd.
De kern van de discussie betreft de interpretatie van artikel 25, lid 3, en artikel 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De Hoge Raad heeft geoordeeld dat omkering van de bewijslast slechts kan plaatsvinden indien sprake is van relatief aanzienlijke niet aangegeven bedragen. Daarbij is het van belang of de belastingplichtige zich bewust was van deze tekortkomingen. De jurisprudentie en literatuur tonen aan dat de maatstaf voor 'relatief aanzienlijk' doorgaans ligt tussen 20% en 30%, met een normatief percentage van circa 25% als richtlijn.
In de zaak 07/10519 is vastgesteld dat belanghebbende aanzienlijke correcties op zijn belastbaar inkomen moest accepteren, waaronder een bedrag van fl. 250.000 aan niet aangegeven inkomsten uit activiteiten met verdovende middelen. Het Hof achtte aannemelijk dat deze inkomsten niet waren aangegeven, maar stelde dat niet was bewezen dat belanghebbende zich hiervan bewust was, waardoor toepassing van omkering van de bewijslast niet gerechtvaardigd was.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard. Tevens wordt benadrukt dat het ten onrechte opvoeren van relatief hoge aftrekposten niet automatisch leidt tot het niet doen van de vereiste aangifte, aangezien de bewijslast voor aftrekposten reeds bij de belastingplichtige ligt. De sanctie van omkering van de bewijslast is een administratiefrechtelijk dwangmiddel en geen strafrechtelijke maatregel, en mag alleen worden toegepast bij ernstige tekortkomingen met voldoende gewicht en bewustheid van de belastingplichtige.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; omkering van de bewijslast is niet van toepassing zonder bewijs van bewustheid en bij ten onrechte opgevoerde aftrekposten.