ECLI:NL:PHR:2009:BH7284
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt doorbreking verschoningsrecht advocaat bij ernstige strafzaak
In deze zaak stond de vraag centraal of het verschoningsrecht van een advocaat doorbroken mocht worden in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen en betrokkenheid bij een criminele organisatie. De advocaat was tevens verdachte en zijn kantoor werd doorzocht waarbij documenten werden inbeslaggenomen.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van zeer uitzonderlijke omstandigheden die een doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen, gezien de ernst van de feiten en de verdenking tegen de advocaat. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het verschoningsrecht niet absoluut is, maar kan wijken voor het belang van de strafvordering bij ernstige verdenkingen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de procedure rondom de inbeslagneming, waaronder de aanwezigheid en betrokkenheid van de Deken van de Orde van Advocaten, voldoende zorgvuldig was. De afwezigheid van de Deken bij een tweede bespreking leidde niet tot nietigheid van de inbeslagneming.
Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee de eerdere beslissingen stand hielden. De zaak onderstreept de balans tussen het verschoningsrecht en het belang van waarheidsvinding in ernstige strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het verschoningsrecht van de advocaat terecht is doorbroken wegens ernstige verdenking en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.