ECLI:NL:PHR:2009:BH7845
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke toestemming bij publiekrechtelijke standplaatsvergunning
De zaak betreft een geschil tussen een ondernemer en de gemeente Amsterdam over de weigering van privaatrechtelijke toestemming voor het innemen van een standplaats met een mobiele snackbar nabij de Amsterdam Arena, ondanks het feit dat een publiekrechtelijke standplaatsvergunning was verleend.
De ondernemer had in 1996 een vergunning aangevraagd en na een lange procedure werd deze vergunning pas in 2000 verleend. De gemeente weigerde vervolgens de privaatrechtelijke toestemming voor het gebruik van de grond, omdat het terrein bestemd was voor toekomstige erfpachtuitgifte en bebouwing. De ondernemer stelde dat deze weigering onrechtmatig was en eiste schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente de privaatrechtelijke toestemming niet had mogen weigeren en dat de weigering onrechtmatig was. Het hof bevestigde dit oordeel, waarbij het stelde dat de publiekrechtelijke vergunning de grond een publieke bestemming gaf, waardoor de gemeente privaatrechtelijke toestemming slechts mocht weigeren bij zwaarwegende belangen.
In cassatie spitst het geschil zich toe op de vraag of en in hoeverre de publiekrechtelijke vergunning de privaatrechtelijke bevoegdheid van de gemeente beperkt. De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de publiekrechtelijke vergunning de publieke bestemming van de grond wijzigt en dat de gemeente slechts bij zwaarwegende belangen privaatrechtelijke toestemming mag weigeren. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de gemeente de privaatrechtelijke toestemming niet mocht weigeren zonder zwaarwegende belangen.