ECLI:NL:PHR:2009:BI0517
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens onvoldoende motivering ontnemingsvordering wederrechtelijk voordeel
In deze zaak stond de ontnemingsvordering centraal waarbij de politierechter aan verzoeker de verplichting oplegde tot betaling van €17.545 aan de staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof bevestigde deze beslissing in hoger beroep. Verzoeker stelde cassatiemiddelen in, waarvan het tweede middel slaagde omdat de hofuitspraak niet voldeed aan de wettelijke vereiste dat de uitspraak de bewijsmiddelen moet bevatten waarop de schatting van het wederrechtelijk voordeel is gebaseerd.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van art. 511g lid 2 Sv in verbinding met art. 415 (oud) Sv en art. 359 lid 3 Sv Pro de uitspraak op een ontnemingsvordering op straffe van nietigheid de inhoud moet bevatten van de bewijsmiddelen die de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ondersteunen. De door het hof bevestigde beslissing verwees weliswaar naar het proces-verbaal van de politie en bepaalde onderdelen daarvan, maar bevatte niet de relevante inhoud van deze bewijsmiddelen.
Daarom werd de bestreden uitspraak vernietigd en werd de zaak terugverwezen naar het hof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en beslissing. Het eerste middel faalde, het tweede middel slaagde, en er werden geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak wegens onvoldoende motivering van de bewijsmiddelen en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.