ECLI:NL:PHR:2009:BI1689
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek wegens nieuw forensisch en schriftkundig bewijs in doodslagzaak uit 1986
In deze zaak is een herzieningsverzoek ingediend tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 1987, waarbij aanvraagster is veroordeeld wegens doodslag op een bejaarde vrouw en valsheid in geschrift. Het verzoek is gebaseerd op nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder een forensisch pathologisch rapport dat het tijdstip van overlijden van het slachtoffer aanzienlijk vervroegt ten opzichte van het tijdstip dat het Hof aannam. Dit ondermijnt de bewijsvoering en de betrouwbaarheid van de bekennende verklaring van aanvraagster.
Daarnaast is nieuw schriftkundig onderzoek aangevoerd waaruit blijkt dat de cheques die valselijk zijn gebruikt mogelijk niet door aanvraagster zijn ingevuld, en dat er sterke aanwijzingen zijn dat dezelfde persoon ook betrokken was bij een andere zaak met soortgelijke valsheid in geschrift. Verder is een uitgebreid CEAS-rapport (Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken) toegevoegd dat onder meer de omstandigheden van het onderzoek kritisch analyseert en nieuwe inzichten biedt over het tijdstip van overlijden en de wijze van het onderzoek.
De Hoge Raad overweegt dat de nieuwe feiten en deskundigenrapporten een ernstig vermoeden oproepen dat het Hof, als het met deze gegevens bekend was geweest, tot vrijspraak van aanvraagster zou zijn gekomen. Dit betreft met name het gewijzigde tijdstip van overlijden dat niet strookt met de bekennende verklaring en de nieuwe schriftkundige bevindingen. Het verzoek tot herziening is daarom ontvankelijk en gegrond op grond van art. 457 Sv Pro. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt toegewezen wegens nieuw forensisch en schriftkundig bewijs dat een ernstig vermoeden van onjuiste veroordeling oplevert.