ECLI:NL:PHR:2009:BI2281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beklag tegen conservatoir beslag op aandelen in internationale strafrechtelijke context
In deze zaak betreft het een conservatoir strafvorderlijk beslag op aandelen PSTD, gelegd op verzoek van Belgische autoriteiten in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar fraude en witwassen rondom N.V. [A]. Klaagster betwistte de voortzetting van het beslag en voerde onder meer aan dat het beslag disproportioneel was.
De Rechtbank Amsterdam verklaarde het beklag ongegrond, stellende dat het beslag dient ter bewaring van het recht tot verhaal van een toekomstige ontnemingsmaatregel en dat onvoldoende aannemelijk was dat voortzetting van het beslag disproportioneel was. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter bij een dergelijk beslag op grond van art. 13a WOTS en art. 552a Sv niet zelfstandig moet toetsen aan proportionaliteit en subsidiariteit, maar in beginsel mag afgaan op de beoordeling van de verzoekende buitenlandse autoriteiten.
De Hoge Raad benadrukt dat de Nederlandse rechter slechts bij een duidelijk verweer van wanverhouding ambtshalve aandacht aan proportionaliteit hoeft te besteden, wat hier niet het geval was. Ook is het niet aan de Nederlandse rechter om zelfstandig een belangenafweging te maken tussen de belangen van de verzoekende staat en die van klaagster.
De complexe situatie rondom de aandelen en de civielrechtelijke beslagen maakt dat diepgaand onderzoek in de beklagprocedure niet passend is. De Hoge Raad verwerpt de middelen en bevestigt dat het beslag gehandhaafd kan blijven zolang gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat de verzoekende staat een tenuitvoerleggingsverzoek zal doen.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op de aandelen blijft gehandhaafd omdat de Nederlandse rechter niet zelfstandig proportionaliteit toetst bij internationale rechtshulpbeslagen.