ECLI:NL:PHR:2009:BI3820
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van huurbeëindiging wegens dringend eigen gebruik bij rechtsopvolging onder algemene titel
In deze zaak betrof het een huurovereenkomst van een winkelpand die was opgezegd door de oorspronkelijke verhuurder met een beroep op dringend eigen gebruik. De rechtsopvolger onder algemene titel, WE Real Estate Management B.V. (WREM), trad in de rechten van de oorspronkelijke verhuurder en vorderde beëindiging van de huurovereenkomst. De huurder stelde zich op het standpunt dat WREM zich niet op de eerdere opzeggingsbrief kon beroepen en dat de wettelijke wachttermijn van drie jaar na rechtsopvolging van toepassing was.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof kende deze toe en verwierp de verweren van de huurder. De Hoge Raad bevestigt dat de rechtsopvolger onder algemene titel zich kan beroepen op de huuropzegging van zijn rechtsvoorganger, ook zonder een nieuwe opzeggingsbrief. De wachttermijn uit art. 7:296 lid 2 BW Pro is bedoeld om de huurder te beschermen tegen plotselinge beëindiging na een wijziging in verhuurder, maar geldt niet wanneer de materiële verhoudingen tussen partijen niet wezenlijk veranderen.
De Hoge Raad benadrukt dat de regeling niet bedoeld is om huurders te beschermen tegen beleidswijzigingen of statutenwijzigingen van de bestaande verhuurder die leiden tot eigen gebruik. De redelijkheid en billijkheid kunnen in sommige gevallen een beroep op de wachttermijn onaanvaardbaar maken, vooral als er geen materiële wijziging in de verhuurdersrelatie is. De klachten van de huurder tegen het arrest van het hof worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de rechtsopvolger onder algemene titel zich kan beroepen op de eerdere huuropzegging en dat de wachttermijn van drie jaar niet geldt bij ongewijzigde materiële verhoudingen.