ECLI:NL:HR:2006:AU6938
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens onrechtmatige daad bij aandelenveiling met optierecht
CRC en Corstorphine, vennootschappen gevestigd op respectievelijk Aruba en de British Virgin Islands, vorderden bij het gerecht in eerste aanleg nietigverklaring van een aandelenoverdracht aan veilingkoper Credicorp en een schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. Zij stelden dat zij een optierecht hadden op de aandelen die op een openbare veiling door Fogade waren verkocht, en dat de veilingverkoper en -koper hiervan op de hoogte waren.
Het gerecht wees de vorderingen af en het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat het onaanvaardbaar was dat Corstorphine zich op haar optierecht kon beroepen jegens Intercon c.s., mede gelet op de omstandigheden rondom de verpanding van de aandelen en de financiële situatie van de familie die Intercon beheerde.
CRC en Corstorphine stelden in cassatie meerdere klachten, onder meer over de toepassing van art. 6:2 lid 2 BWAr Pro door het hof, het betoog dat het hof buiten de rechtsstrijd trad en motiveringsklachten. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof de redelijkheid en billijkheid terughoudend heeft toegepast en niet buiten de rechtsstrijd is getreden. Ook werd geoordeeld dat het hof voldoende gemotiveerd heeft en dat feitelijke waarderingen in cassatie niet worden getoetst.
Het incidentele cassatieberoep van Intercon c.s. behoeft geen behandeling omdat het principale beroep faalt. De Hoge Raad veroordeelt CRC en Corstorphine in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel dat de vordering van CRC en Corstorphine wordt afgewezen.