ECLI:NL:PHR:2009:BI6942
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep in lopende pachtprocedure onder overgangsrecht nieuw BW
Deze zaak betreft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van eiser in een procedure over een vergoeding bij verwerving van pachtrechten. De procedure was gestart vóór de inwerkingtreding van het nieuwe pachtrecht op 1 september 2007, waarna het oude recht van toepassing was, dat cassatie in pachtzaken uitsloot.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het nieuwe procesrecht voor pachtzaken geen cassatie meer uitsluit, maar dat voor lopende procedures het oude recht blijft gelden op grond van het overgangsrecht, met name artikel 74 van Pro de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat cassatieberoep niet openstaat in zaken die vóór de wetswijziging zijn begonnen.
Eiser betoogde dat deze regel slechts beperkt zou gelden, maar de Hoge Raad wijst dit af en benadrukt dat de parlementaire geschiedenis en het algemeen overgangsrecht een brede toepassing van artikel 74 ONBW Pro ondersteunen. De procedure in hoger beroep wordt gezien als een voortzetting van de eerste aanleg, waardoor het oude recht ook in hoger beroep geldt.
De Hoge Raad concludeert dat eiser niet ontvankelijk is in zijn cassatieberoep, waarmee de procedure wordt afgesloten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het overgangsrecht dat het oude procesrecht voor lopende pachtprocedures handhaaft.