ECLI:NL:HR:2009:BI6942
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in pachtzaak wegens overgangsrecht
De zaak betreft een geschil over een beding in een overeenkomst en leveringsakte tussen eiser en de gemeente Dordrecht, waarbij een koopsom voor pachtrechten was overeengekomen. Eiser vorderde nietigverklaring van het beding en betaling van een geldbedrag.
De procedure begon bij de pachtkamer van de rechtbank Dordrecht, waar de vordering werd afgewezen. Eiser stelde hoger beroep in bij de Pachtkamer van het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis bevestigde. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van het overgangsrecht en de datum van dagvaarding (20 februari 2006) het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het beroep werd ingesteld voordat de nieuwe procesrechtelijke bepalingen voor pachtzaken op 1 september 2007 in werking traden. De wet bevat geen overgangsbepalingen, maar artikel 74 lid 1 van Pro de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek bepaalt dat lopende procedures niet worden beïnvloed in hun rechtsmiddelen. Hierdoor is cassatie in deze zaak uitgesloten.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het toepasselijke overgangsrecht.