ECLI:NL:PHR:2009:BI7138
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid bestuurder bij faillissement wegens onbehoorlijke taakvervulling
In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid van een bestuurder en medebeleidsbepaler van een groep gefailleerde rechtspersonen, waaronder stichtingen en buitenlandse entiteiten, die niet voldeden aan boekhoud- en deponeringsverplichtingen. De curator vordert betaling van aanzienlijke bedragen wegens tekorten in de faillissementen en stelt dat de bestuurder haar taak onbehoorlijk heeft vervuld.
De procedure kende een complex verloop, waarbij de procureur van de bestuurder zich onttrok aan de procedure, wat leidde tot discussie over de gevolgen daarvan. Het hof oordeelde dat de bestuurder voldoende tijd had gehad om nieuwe rechtsbijstand te regelen en dat de onttrekking van de procureur geen reden was voor uitstel of schorsing van de procedure. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
Daarnaast verwierp het hof het verweer van de bestuurder dat zij geen bestuurder was van de gefailleerde entiteiten en dat zij niet aansprakelijk kon worden gehouden. De Hoge Raad bevestigde dat de bestuurder op grond van de feiten en het toepasselijke recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de tekorten, omdat zij haar taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam van 26 juli 2007 in stand bleef. De zaak bevestigt belangrijke principes over bestuurdersaansprakelijkheid en de gevolgen van onttrekking van de procureur in civiele procedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de bestuurder wordt verworpen en haar aansprakelijkheid voor de tekorten in de faillissementen wordt bevestigd.