ECLI:NL:PHR:2009:BI7304
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid bij ontbreken grondgebruikerschap eendenkooi
In deze zaak werd verdachte veroordeeld wegens poging tot overtreding van artikel 9 van Pro de Flora- en Faunawet door het opzetten van een vogelvangkooi om zwarte kraaien te vangen. Verdachte voerde aan dat hij als grondgebruiker in de zin van artikel 1 lid 1 FFW Pro moest worden beschouwd en daarom onder de vrijstelling van artikel 65 FFW Pro viel. Hij baseerde dit op een overeenkomst met Staatsbosbeheer voor het beheer van de eendenkooi.
Het Hof oordeelde dat verdachte geen grondgebruiker was omdat de overeenkomst tot aanneming van werk geen pachtovereenkomst of beperkt recht op grondgebruik inhield. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het recht op gebruik van de grond moet zijn gebaseerd op eigendom, een beperkt recht of een pachtovereenkomst, wat hier niet het geval is. De stelling van verdachte dat hij pachter van het jachtrecht was, werd niet als een pachtovereenkomst beoordeeld.
Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte geen toestemming had van Staatsbosbeheer voor het plaatsen van de vangkooi, waardoor de vrijstelling van artikel 65 lid 6 FFW Pro niet van toepassing was. De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn voor de uitspraak is overschreden, maar wijst het cassatieberoep af. De strafbaarheid van verdachte blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte geen grondgebruiker is en wijst het cassatieberoep af, waardoor de strafbaarheid blijft gehandhaafd.