ECLI:NL:PHR:2009:BJ1255
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wijziging hoofdverblijf en alimentatiebijdrage voor minderjarige kinderen na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de hoofdverblijfplaats van hun jongste kind en de bijdrage in het levensonderhoud van beide minderjarige kinderen na hun echtscheiding. De moeder verzocht om wijziging van het hoofdverblijf van het jongste kind naar haar en een hogere alimentatiebijdrage van de vader. De rechtbank wees deze verzoeken deels af, waarna de moeder in hoger beroep ging. Het hof stelde het hoofdverblijf van het jongste kind bij de moeder vast en bepaalde een alimentatiebijdrage van de vader voor beide kinderen.
De vader kwam tegen dit hofarrest in cassatie, stellende dat het hof buiten de grenzen van de rechtstrijd was getreden en dat de alimentatieberekening onvoldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelde dat de moeder in eerste aanleg en in appel voldoende duidelijk had gemaakt dat zij een bijdrage voor beide kinderen vorderde, zodat geen sprake was van een onrechtmatige eisvermeerdering. Tevens was het hof niet gehouden om de cijfermatige uitwerking van de draagkrachtberekening in de beschikking op te nemen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. Het arrest benadrukt de ruimte voor eisvermeerdering in appel en de motiveringsvereisten bij alimentatievaststelling, waarmee rechtszekerheid en belangen van het kind worden gewaarborgd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen; het hofarrest blijft in stand.