ECLI:NL:PHR:2009:BJ1283
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatie in zaak voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De rechtbank had de machtiging verleend voor zes maanden, gebaseerd op een geneeskundige verklaring van een psychiater die betrokkene niet persoonlijk had onderzocht.
De Hoge Raad oordeelt dat een persoonlijke beoordeling door een psychiater in beginsel vereist is, tenzij sprake is van een spoedeisende situatie. In dit geval was geen persoonlijk onderzoek verricht en was ook niet gebleken dat de psychiater voldoende inspanningen had verricht om dit mogelijk te maken. De rechtbank had dit moeten toetsen en motiveren, wat zij niet had gedaan.
Daarnaast concludeert de Hoge Raad dat de voorlopige machtiging inmiddels is verlopen, waardoor betrokkene geen belang meer heeft bij het cassatieberoep. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het verstreken van de geldigheidsduur van de voorlopige machtiging.