ECLI:NL:PHR:2009:BJ5133
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over proceskostenvergoeding bij naheffingsaanslag en Europees recht
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag voor het gebruik van een Belgisch gekentekende Jaguar in Nederland. De Rechtbank vernietigde de aanslag omdat niet aannemelijk was dat de auto bestemd was voor duurzaam gebruik in Nederland. Zowel belanghebbende als de Inspecteur gingen in hoger beroep.
Het Hof verhoogde de proceskostenvergoeding aan belanghebbende, maar oordeelde dat de schending van het Europees recht door de Inspecteur geen bijzondere omstandigheid vormde om af te wijken van de forfaitaire proceskostenvergoeding. Belanghebbende stelde cassatieberoep in met drie klachten: over de toepassing van de forfaitaire regeling, het niet stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EG, en de hoogte van de vergoeding voor werkzaamheden van zijn gemachtigde.
De Procureur-Generaal concludeert dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De forfaitaire regeling is niet in strijd met het gemeenschapsrecht, het Hof was niet verplicht prejudiciële vragen te stellen, en de vergoeding voor de gemachtigde is een feitelijk oordeel dat niet in cassatie kan worden getoetst. Wel wordt aanbevolen het arrest van het Hof te vernietigen omdat het Hof twee hoger beroepen als aparte zaken behandelde, terwijl dit één zaak betreft.
Uitkomst: De Hoge Raad concludeert dat schending van Europees recht geen bijzondere omstandigheid vormt voor afwijking van de forfaitaire proceskostenvergoeding en beveelt vernietiging van het arrest van het Hof.