ECLI:NL:PHR:2009:BJ8335
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over bezwaren tegen lijst geldelijke regelingen bij ruilverkaveling Den Ham-Lemele
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een beslissing over bezwaren tegen de lijst der geldelijke regelingen opgesteld door de landinrichtingscommissie bij de ruilverkaveling Den Ham-Lemele. Reclamant maakte twaalf bezwaren, waarvan de rechtbank één gegrond verklaarde en de overige verwierp.
De kern van het geschil betreft de vraag of de grond die reclamant heeft teruggekregen voldoet aan de eis van gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming, zoals voorgeschreven in de Landinrichtingswet. Reclamant stelt dat hij droge landbouwgrond heeft ingebracht maar drassig terrein heeft teruggekregen, en dat de voorgestelde drooglegging onvoldoende is.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht het overgelegde hydrologische rapport als bewijswaarde heeft beoordeeld en dat reclamant onvoldoende feiten heeft gesteld om twijfel te zaaien over de juistheid van het rapport. Ook is geoordeeld dat reclamant voldoende gelegenheid heeft gehad om zich uit te laten over het herziene rapport en dat het beginsel van equality of arms niet is geschonden.
Daarnaast faalt het beroep op het ontbreken van een plaatsopneming door de rechter-commissaris omdat de rechtbank zelf een plaatsopneming heeft gehouden waarbij reclamant aanwezig was. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank blijft in stand.